«Ja, beste broer Dirk, ik had jou natuurlijk een apart berichtje moeten sturen om ons bezoek aan jou (en Karin) af te zeggen. Bij deze dus: mijn conditie is zo sterk afgenomen dat ik de reis en de optredens niet meer aankan, helaas!
Het is natuurlijk heel leuk als de band jou treft bij Sebi! Willem en Gonne komen hier nog even langs op weg naar Zwitserland.
Gelukkig hebben wij elkaar nog getroffen na het barbecue-en-vaar-weekend bij Ben.
Ik heb geen idee hoe snel de kanker mij er nu onder krijgt … De dokter wil/kan daar ook niks over zeggen. Misschien komt er nog een mogelijkheid dat wij elkaar treffen, misschien ook niet. Zo ver je ook woont, Dirk, je bent en blijft toch mijn meest dierbare en bewonderde broer.
Een hartelijke groet ook voor Karin en alle andere bekenden, en blijf positief in het leven staan! Cees.»
Als CEES niet in de hemel komt, dan komt niemand von ons in de hemel!
Dat viel me spontaan in als ik vernam dat hij precies op Maria Hemelvaarts dag gestorven is. Een dag die bij mij thuis in Solothurn nog steeds als een zondag gevierd word.
Cees is dus samen met Maria ten hemel opgestegen. Dat geeft een mooi beeld af.
Vroeger werd Cees tot m’n tweelingsbroer gemaakt. Moeder breide ons met de nieuwe breimaschine gelijk gebalkte truien & sokken; naaide ons dezelfde pofbroeken, en omdat iedereen dat zo leuk vond (vooral de vrouwen!), maakte ze elk jaar weer een paar maten grotere kleren. Ik had daar een hekel aan, maar Cees scheen er niks op tegen te hebben.
Van Sinterklaas kregen we elk jaar het nieuwste «Arendsoog en Witte Veder» boek. Cees kon al vrij gauw sneller lezen als ik, hij maakte ook de betere vliegers. Ik was meer de zeilbotenspecialist en avontuurlijker. We bouwden zelf vlotten in de molensloot en gingen ermee onder de bruggen van Jan Wit door. Willem wilde al meer men z’n 2 grote broers spelen, maar wij verwezen hem steeds terug naar z’n onnatuurlijke tweeling Adrie.